EPC toegelaten bewijsstukken

De gegevens verzameld tijdens de epc-inspectie worden ingegeven in de e-pact software teneinde een de resultaten op uw epc certificaat te berekenen. Soms is het echter niet mogelijk om ter plaatse bepaalde info (bv. dikte isolatie, bouwjaar enz.) vast te stellen zonder destructief onderzoek te doen. Ter staving van het opgestelde energiecertificaat aanvaardt het VEA (Vlaams energieagentschap) volgende documenten:

A. Betreffende isolatie, muren, vensters, daken en andere scheidingsconstructies met de buitenomgeving:

1. gegevens opgenomen in vroegere EPB-aangiften van dezelfde wooneenheid

2. Gegevens uit een vroeger afgeleverd energieprestatiecertificaat van dezelfde wooneenheid op voorwaarde dat er geen sprake is van latere aanpassingen of renovaties

3. Alle gegevens uit het lastenboek mogen worden gebruikt, als dit een onderdeel vormt van het (algemeen) aannemingscontract of als uit de visuele inspectie blijkt dat het lastenboek werd gevolgd. Op het lastenboek moeten de adresgegevens of het kadastraal nummer van de betreffende wooneenheid vermeld zijn.

4. Goedgekeurde subsidieaanvragen bij de Vlaamse overheid voor het aanbrengen van isolatie mogen gebruikt worden om de aanwezigheid van isolatie aan te tonen en om het (ver)bouwjaar te bepalen. Op deze aanvragen moeten de adresgegevens of het kadastraal nummer van de betreffende wooneenheid vermeld zijn.

5. Originele facturen van geregistreerde aannemers mogen gebruikt worden om het (ver)bouwjaar, het type schildeel, het isolatiemateriaal of dikte van isolatie aan te tonen.  Op de facturen moeten de adresgegevens of het kadastraal nummer van de betreffende wooneenheid vermeld zijn.

6. Originele facturen van bouwmaterialen waarop de betreffende adresgegevens of kadastraal nummer van de betreffende wooneenheid vermeld staan, mogen gebruikt worden om de aanwezigheid van isolatie te staven, het isolatiemateriaal en het (ver)bouwjaar vast te leggen en het type schildeel te bepalen.

7.Gegevens van originele gedateerde uitvoeringsdetails opgesteld door een architect op een schaal 1/50ste of groter en as-built-plannen mogen gebruikt worden als uit de visuele inspectie blijkt dat de plannen werden gevolgd. Op deze plannen moeten de adresgegevens of het kadastraal nummer van de betreffende wooneenheid en de gegevens van de architect vermeld zijn.

8. Originele vaststellingen aangetoond met werfverslagen opgesteld, gedateerd of ondertekend door een architect, een post-interventiedossier opgesteld, gedateerd en ondertekend door een veiligheidscoördinator of gedateerde en ondertekende vorderingsstaten mogen gebruikt worden. Op deze stukken moeten de adresgegevens of het kadastraal nummer van de betreffende wooneenheid en de gegevens van de architect of veiligheidscoördinator vermeld zijn.

9. Een chronologie van foto’s met daarop de bouw van het betreffende schildeel mag gebruikt worden om de aanwezigheid van isolatie aan te tonen of om het type schildeel te bepalen. Hierbij moeten detailbeelden aanwezig zijn en moet het schildeel duidelijk herkenbaar zijn.

B. Betreffende installaties voor verwarming en warm water

1. Gegevens uit vroegere EPB-aangiften van dezelfde wooneenheid mogen overgenomen worden voor de betreffende verwarmingsinstallatie.

2. Gegevens uit een vroeger afgeleverd energieprestatiecertificaat: van dezelfde wooneenheid op voorwaarde dat er geen sprake is van latere aanpassingen aan de betreffende installatie.

3. Alle gegevens uit het lastenboek mogen worden gebruikt, als dit een onderdeel vormt van het (algemeen) aannemingscontract of als uit de visuele inspectie aanwijzingen volgen dat het lastenboek werd gevolgd. Op het lastenboek moeten de adresgegevens of het kadastraal nummer van de betreffende wooneenheid vermeld zijn.

4. Goedgekeurde subsidieaanvragen bij de Vlaamse overheid die betrekking hebben op de ruimteverwarmingsinstallatie mogen gebruikt worden om het type installatie te bepalen. Op deze aanvragen moeten de adresgegevens of het kadastraal nummer van de betreffende wooneenheid vermeld zijn.

5. Originele facturen van geregistreerde aannemers mogen gebruikt worden om het fabricagejaar en de gegevens van de installaties aan te tonen.  Op de facturen moeten de adresgegevens of het kadastrale nummer van de betreffende wooneenheid vermeld zijn.

6. Originele facturen van de ruimteverwarmingsinstallatie waarop de adresgegevens of het kadastraal nummer van de betreffende wooneenheid wordt vermeld, mogen gebruikt worden om het type installatie te bepalen.

7. Technische documentatie van de ruimteverwarmingsinstallatie. Ook informatie van websites en mails van fabrikanten met specifieke productinformatie waarbij kan vastgesteld worden of via bewijsstukken kan aangetoond worden dat de installatie of het invoergegeven in de betreffende wooneenheid is geplaatst. Van deze documentatie moet steeds nagegaan worden op basis van merk en productnaam of de beschikbare informatie overeenstemt met de werkelijkheid.

8. Gegevens op de ketelkenplaat. Ketelkenplaten zijn vanaf 1968 op vele installaties aangebracht.

 

EPB Map

Van de documenten ter staving van het epc certificaat dient de energiedeskundige een copie 10 jaar te bewaren in zijn dossier.

Afrekeningen en verbruiksoverzichten van energieleveranciers zijn niet nodig om een epc certificaat op te stellen.